Toelichting Jaarprogramma 2018-2019 - KUNSTKRING HAAKSBERGEN
Home

Toelichting Jaarprogramma 2018-2019

 

■ ALGEMENE LEDENVERGADERING 

zaterdag 6 oktober 2018  

ALGEMENE LEDENVERGADERING  

algemene ledenvergadering van de Kunstkring Haaksbergen 

14.00 uur in Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

De stichting Kulturhus Haaksbergen bestaat sinds 1 januari 2014 en is ontstaan uit de fusie tussen de Stichting Bibliotheek Haaksbergen en de stichting Kulturhus’ t Iemenschoer. 

Het Kulturhus Haaksbergen biedt de burgers van Haaksbergen een aantrekkelijk, gevarieerd, actueel en kwalitatief hoogwaardig aanbod van diensten en activiteiten op het gebied van informatie, educatie, cultuur, ontmoeting en ontspanning, waarbij het Kulturhus Haaksbergen zoveel mogelijk wil aansluiten bij de wensen en behoeften van zijn bezoekers, leden en klanten. 

Het Kulturhus kent verschillende onderdelen die onderling nauw samenwerken: 

- Theater De Kappen 

- Bibliotheek Haaksbergen 

- Kunstzaal Achterom 

- Filmhuis 

- Hierleerjewat 

Het Kulturhus biedt haar activiteiten aan op twee recent met elkaar verbonden locaties: de voormalige OBS 'Dorp' en Theater De Kappen. Hier is iedereen van harte welkom, staat de koffie klaar en valt altijd wel iets te beleven. Loop er eens binnen en kijk zelf wat het Kulturhus u te bieden heeft!  

 

■ BEELDENDE KUNSTLEZING 

zaterdag 6 oktober 

DE PLOEG 

lezing door Carolien ten Bruggencate 

14.00 uur in Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Kunstenaarsvereniging De Ploeg werd honderd jaar geleden, in 1918, opgericht als reactie op het artistieke klimaat in de stad Groningen. Een aantal jongere kunstenaars was van mening dat de mogelijkheden om te exposeren en zich te ontwikkelen te beperkt waren. Zij hoopten door samenwerking van de leden tentoonstellingen te kunnen organiseren en daarnaast kunstenaars en publiek kennis te laten maken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van beeldende kunst, architectuur en literatuur in de vorm van exposities en lezingen. Tot de initiatiefnemers behoorden Jan Wiegers, Johan Dijkstra, George Martens en Jan Altink. De laatste bedacht de verenigingsnaam. Hij oordeelde dat in Groningen ten aanzien van moderne kunst nog veel terrein moest worden ontgonnen en stelde daarom de naam De Ploeg voor. De vereniging kende geen inhoudelijk programma: iedereen die zich op ‘serieuze’ wijze met kunst bezighield kon lid worden. Vanaf het begin telde De Ploeg dan ook leden die in geheel verschillende richtingen werkzaam waren. Hoewel De Ploeg als vereniging bleef bestaan – en nog steeds bestaat – ligt haar kunsthistorische betekenis in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen binnen haar gelederen achtereenvolgens een expressionistische en een impressionistische richting tot ontwikkeling kwamen die zich typeerden door een regionale gebondenheid en een internationale artistieke oriëntatie. Tot de belangrijkste kunstenaars die in die periode lid waren van De Ploeg, behoren: Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra, Hendrik Werkman, George Martens, Jan Jordens, Jan van der Zee en Job Hansen. 

Carolien ten Bruggencate schreef vijftien jaar geleden in het boek "De Ploeg 85 jaar" het volgende: Kijken met 'Ploeg-ogen'. 

"Groningen is niet het land waar mijn wortels liggen; toen ik hier in 1980 kwam wonen, moest ik daarom nog een band met mijn nieuwe omgeving krijgen. Die ontwikkelde zich geleidelijk en dat kwam mede door de kunstenaars van De Ploeg. Via hun kunstwerken begon ik oog en waardering te krijgen voor het Groningse landschap: voor de hoge lucht, de verre einder, de uitgestrektheid van de bouwlanden, de rechte voren in de klei of de kronkelende maren, en de frisse, heldere kleuren. Kortom, in Groningen kun je niet om De Ploeg heen. In 1993 werkte ik mee aan de jubileumuitgave De Ploeg 75. Een kroniek van de Groninger Kunstkring. Ik maakte kennis met het verenigingsleven van kunstenaars die door de naoorlogse kunstkritiek altijd in de schaduw van illustere voorgangers als Dijkstra, Altink, Wiegers en Werkman waren gesteld. Na enige tijd ontdekte ik dat de huidige Ploeg in functie en doelstellingen helemaal niet verschilt van de kunstkring in 1918. Kunstenaars, die in principe een solistisch beroep uitoefenen, vinden elkaar nog steeds in collegiaal contact en in gezamenlijke exposities. Artistieke vernieuwing stond en staat daarbij niet voorop; aan ontmoeting bestaat na 85 jaar daarentegen nog steeds grote behoefte." 


■ MUZIEKLEZING 

dinsdag 9 oktober 

LEONARD BERNSTEIN 

lezing door Pieter Prick 

19.30 uur in Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Leonard Bernstein (25 augustus 1918 – 14 oktober 1990) is de zoon van Russische Joden die in 1908 hun sjtetl ontvluchtten in het toen nog tsaristische Rusland. Later studeerde hij aan de Harvard-universiteit en aan het Curtis Institute of Music te Philadelphia. Hij werd voor het eerst bekend toen hij in 1943 bij een concert te New York als dirigent inviel voor de zieke Bruno Walter. Hij maakte in de jaren veertig diverse musicals, die succesvol draaiden op Broadway. In de jaren vijftig van de vorige eeuw dirigeerde hij een keer zo goed als onvoorbereid aan La Scala te Milaan de Medea van Luigi Cherubini met Maria Callas in de hoofdrol. Jarenlang presenteerde hij op televisie een educatief programma over klassieke muziek. Van 1958 tot 1969 was hij eerste dirigent en artistiek leider van de New York Philharmonic. Met dit orkest nam hij alle symfonieën van Gustav Mahler op. Na 1969 legde hij zich ook toe op componeren. Een van zijn bekendste werken is de (ook verfilmde) musical West Side Story. Hij schreef ook de opera Candide. Bernstein dirigeerde regelmatig de Wiener Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Boston Symphony Orchestra. Met deze orkesten maakte hij ook live-opnamen van concerten. Tot Bernsteins grootste wapenfeiten als dirigent behoort de wereldpremière van de Turangalîla-symfonie van Olivier Messiaen in 1949. Op 23 december 1989 (in de West-Berlijnse Philharmonie) en op 25 december 1989 (in het Oost-Berlijnse Schauspielhaus, nu: Konzerthaus) dirigeerde Leonard Bernstein de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven. Het tweede concert werd wereldwijd op televisie uitgezonden ter viering van de val van de Berlijnse Muur, eerder dat jaar. Bernstein verving daarbij in Schillers tekst van het slotkoor Ode an die Freude het woord "Freude" (vreugde) door "Freiheit" (vrijheid). In 1968 zorgde hij ervoor dat radiostations in de VS een toen zeer omstreden nummer uitzonden van de 14-jarige Janis Ian, getiteld Society's Child, over een verhouding van een blank meisje met een zwarte jongen. Radiostations waren huiverig om de plaat te laten horen, maar Bernsteins invloed zorgde voor de doorbraak. Bernstein musiceerde meeslepend, met inzet van heel zijn wezen. Hij legde veel emoties in de muziek. In zijn laatste jaren gaf hij de voorkeur aan live-opnamen met publiek boven studio-opnamen. Als eerste Amerikaanse musicus werd Bernstein geaccepteerd als volledig gelijkwaardig aan Europese topmusici. Hij bezat niet enkel de kwaliteiten van uitvoerend musicus en componist, hij overschreed ook grenzen tussen klassieke muziek en andere muziekgenres en wist als weinig anderen mensen enthousiast te maken voor muziek. Leonard Bernstein overleed op 72-jarige leeftijd in New York.  

Pieter Prick heeft diverse artikelen gepubliceerd en lezingen gegeven over uiteenlopende onderwerpen in de klassieke muziek, vele concertpresentaties en inleidingen op concerten verzorgd, was jarenlang adviseur voor het Fonds Podiumkunsten, lid van uiteenlopende jury's en is lid van de adviescommissie van BNG Cultuurfonds. 


■ ZONDAGMIDDAGCONCERT 

zondag 14 oktober 2018 

MICHAIL MARKOV en ALEXANDRA KAPTEIN, piano 

15.30 hr. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Meester & Gezel: Michail Markov en Alexandra Kaptein (piano). Het is inmiddels bijna een traditie geworden dat het muziekprogramma van de Kunstkring wordt geopend met een pianorecital. Die is ontstaan uit de samenwerking met het tweejaarlijkse International Piano Competition for Young Musiciens te Enschede. Vorig jaar speelde Alexandra Kaptein, de 18-jarige Enschedese winnares van 2016. Dit jaar ontvangen wij de oprichter en artistiek leider van het concours, meesterpianist en internationaal vermaard pianopedagoog Michail Markov. Hij zou het podium delen met het aanstormende talent Martin Kaptein (inderdaad, de broer van Alexandra). Maar vlak voor het ter perse gaan van deze INFOR-MATIEF bereikte ons het bericht dat Martin zondag 14 oktober verhinderd is. Gelukkig bleek zijn zus bereid om zijn plaats in te nemen. We zijn zeer verguld met de onverwacht snelle rentree van Alexandra op het Haaksbergse podium. Met haar optreden vorig jaar maakte ze grote indruk. Dit concert zal de herinnering aan de ooit vermaarde reeks Meester-Gezelconcerten doen herleven.  

 

■ LITERAIRE LEZING 

dinsdag 6 november 2018 

ESTHER GERRITSEN 

literaire lezing met Esther Gerritsen en Theo Hakkert 

19.30 uur in Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Jannetje Koelewijn schreef 9 maart 2018 een artikel in NRC Handelsblad  

Wie is Esther Gerritsen?  

Esther Gerritsen (Nijmegen, 1972) schrijft verhalen, romans en scenario’s voor film en toneel. Ze is vooral bekend door de romans Superduif (2010), Dorst (2012) en Roxy (2014). Dorst werd verfilmd (met in de hoofdrollen Simone Kleinsma en Elise van ’t Laar) en ging in januari van dit jaar in première op het Internationaal Film Festival Rotterdam. Esther Gerritsen is ook columniste voor de VPRO Gids en de Volkskrant. In 2016 schreef ze het boekenweekgeschenk, Broer.  

In haar nieuwe roman, De trooster schrijft Esther Gerritsen over de wil om goed te zijn en de aantrekkingskracht van mensen die slechte dingen doen. „Het is rustiger om te denken dat je vol kleinzielige gevoelens zit.” 

J.K.: Je hoofdpersoon is de diepgelovige koster van een kloosterorde… 

E.G.: Ze lacht. „Ja.” 

J.K.: …die geen moment twijfelt aan zijn liefde voor Jezus… 

E.G.: „Ja, ja.” 

J.K.: ….en de lezer daar ook geen moment aan laat twijfelen. Hoe kom je erop? 

E.G.: „Ik wilde iets met religie doen…”  

Ze lacht wat harder en zegt het nog een keer, nu spottend. 

E.G.: „Ik wilde iets met religie doen, haha.” 

Nieuwsgierig naar hoe het gesprek verder ging?  

kijk op:  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/03/09/een-manie-is-zo-lekker-je-kan-alles-a1595073 ;

of......... kom naar het Kultushus en luister naar het gesprek dat ze zal voeren met Theo Hakkert. 

 

■ ZONDAGMIDDAGCONCERT 

zondag 11 november 2018 

PIANODUO MARTIJN EN STEFAN BLAAK 

15.30 hr. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Het Pianoduo Martijn en Stefan Blaak behoort tot de top van pianoduo's van hun generatie. De cum laude afgestudeerde broers concerteren op vele podia in o.a. Nederland, Duitsland, België, Oostenrijk, Spanje, Italië, Frankrijk en de Verenigde Staten. Regelmatig zijn Martijn en Stefan Blaak te gast tijdens internationale festivals, zoals het Grachtenfestival Amsterdam, Le Festival international d'art lyri-que d'Aix-en-Provence (Frankrijk), Green Lake Festival (Verenigde Staten), Sächsisches Mozartfest, Leipziger Klaviersommer (Duitsland) en "La settimana d'arte di Cecina" (Italië). 

Werken van o.a. Chiel Meijering, Diderik Wagenaar, Francis Shaw en David Rowland werden door het pianoduo in première gebracht. Concerten van hen werden uitgezonden voor radio en tv door omroepen als NTR, AVRO, TROS, VPRO, Concertzender, Westdeutsche- en Bayerische Rundfunk, RAI, Radio Klara en Radio France. Martijn en Stefan ontvingen “De Voorziening”, een beurs voor jonge excellerende musici. Mede in het kader hiervan studeerden zij bij Ton Hartsuiker. Tevens concerteerden zij in de beroemde serie “Het Zondagochtendconcert” in het Amsterdamse Concertgebouw, dat ook live werd uitgezonden op de zender  Radio 4. 

Op hun CD “Stadium” speelt het pianoduo Martijn en Stefan Blaak werken voor twee piano's van o.a. Brahms en Debussy. Hun tweede CD “Vesalius” bevat werken voor piano vierhandig van Ravel, Rachmaninoff en Swerts. 

 

■ EXCURSIE 

zondag 18 november 2018 

FOLKWANG MUSEUM & OPERA 'LA BOHÈME' IN ESSEN 

excursie 

We zijn van plan er een Italiaanse dag van te maken d.w.z. we beginnen met een bezoek aan het Folkwang Museum, waar op dat moment de tentoonstelling "Unheimlich real", Italienische Malerei der 1920er Jahre, te zien zal zijn.  

In de loop van de jaren 1920 ontvouwt zich in Italië het Realismo Magico, een onafhankelijke stroming die lange tijd is gelijkgesteld aan de Nieuwe Zakelijkheid. Ongeveer 70 schilderijen van deze bewe-ging zullen in het najaar van 2018 op de tentoonstelling te zien zijn. Daaronder belangrijke werken van de hoofdrolspelers Ubaldo Oppi, Antonio Donghi en Felice Casorati, die de dialoog aangaan met wer-ken van Giorgio de Chirico, Giorgio Morandi, Carlo Carrà en Gino Severini. Schilderkunstige virtuosi-teit is bij deze schilderijen nooit het doel op zich. En achter het vertrouwde schemert voortdurend het 'Unheimliche' onder het gladde oppervlak van de afgrond. 

Na het museumbezoek gaan we lunchen.  

Het hoogtepunt van deze dag in Essen is een hernieuwde kennismaking met het Aalto-theater. Daar  bezoeken we in de namiddag de opera La Bohème van Giacomo Puccini.  

La Bohème is een opera in vier akten. Het libretto is geschreven door Luigi Illica en Giuseppe Giacosa. De opera is gebaseerd op de roman Scènes de la vie de bohème uit 1849 van Henri Murger. De opera van Puccini beleefde zijn première op 1 februari 1896 in het Teatro Regio in Turijn. De dirigent was de toen jonge Arturo Toscanini. Het werk betekende een internationale doorbraak voor Puccini. Sinds de succesvolle première neemt de opera een voorname plaats in het operarepertoire. La Rondine is het vervolgverhaal op La bohème en werd ongeveer twintig jaar later door Puccini gecom-poneerd, maar heeft nooit het niveau van zijn voorganger geëvenaard. 

De voorstelling is van 16.30 u tot 19.00 u, hetgeen betekent, dat we dan rond 21.00 u weer in Haak-bergen zullen zijn. 

  

■ BEELDENDE KUNSTLEZING 

woensdag 28 november 2018 

OSSIP ZADKINE 

lezing door Krzysztof Dobrowolski-Onclin 

19.30 uur in Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Toen Zadkine vanuit Parijs naar Deurne reed om een vriend te bezoeken zag hij het plat gebombardeerde Rotterdam. Dat beeld liet hem niet los. Het naoorlogse Rotterdam is onlosmakelijk verbonden met "De Verwoeste Stad".. Dit Iconische beeld is 6 meter hoog en stelt een man zonder hart voor, die zich schreeuwend uitstrekt naar de hemel in een gebaar van wanhoop, angst, woede en afgrijzen. Dit in 1953 onthulde bronzen beeld wordt gezien als het belangrijkste werk van Ossip Zadkine. Zadkine (1890-1967) was een bekende 20ste eeuwse beeldhouwer, die sterk geïnspireerd werd door het kubisme en de primitieve kunst. Yossel Aronovitch Tsadkin werd geboren in Wit-Rusland als zoon van de Schotse Sophie Lester en de Wit-Russische Ephime Zadkine. Op 15-jarige leeftijd werd Ossip door zijn vader, die hem graag als dokter had gezien, naar een Schotse kostschool gestuurd. Hij liep al snel weg naar Londen, want hij liet zich zijn gehele leven erg leiden door zijn gevoel, en volgde daar lessen aan de kunstacademie. Dit paste de jonge Zadkine ook niet, en hij ging terug naar huis waar hij familieportretten schilderde. Zijn vader zond hem na een half jaar terug naar Londen en Zadkine volgde opnieuw lessen in de kunst. In 1909 ging hij naar Parijs. Daar vatte hij grote bewondering op voor de werken van Rodin en voor de klassieke kunst, maar hij kon zich niet vinden in de schoolse Academie. Hij begon met beeldhouwen en had in 1911 zijn eerst expositie. Hij werd beroemd in Nederland, België en later Frankrijk en Amerika. In 1914 brak W.O. I uit en Zadkine meldde zich als vrijwilliger. Drie jaar lang bracht Zadkine door als ziekendrager in de loopgraven. De breuklijn is ondermeer kenbaar in zijn naam: tot 1914 noemde hij zichzelf Joe Zadkine. Hij raakte geïnspireerd door de Afrikaanse primitieve kunst. Zijn werken "Propheet" en "Hert" zijn hier duidelijke voorbeelden van. Na 1920 verloor hij de interesse in de primitieve kunst en werd meer beïnvloed door het kubisme. Het werk kreeg meer weg van architectuur en mathematiek. Zijn werk kreeg hierdoor een erg statisch karakter. In 1929 trouwde Zadkine met de internationaal bekende schilderes Valentine Prax. Rond 1930 ging hij oefenen met de effecten van holle en bolle vlakken, waardoor het statische karakter verdween en er een interessante wisselwerking door de lichtinval optrad. Hij reisde voor exposities naar Chicago, Brussel, Parijs, New York en Antwerpen. Na 1941 vluchtte Zadkine met een visum voor Spanje via Lissabon naar New York. Dat de oorlog hem geestelijk boeide blijkt uit zijn kunstwerk "Gevangene". In 1945 keerde hij terug naar Parijs en ging hij werken voor de Académie de la Grande Chaumière. Honderden kunstenaars kregen les van hem, waaronder Jan Wolkers. Zijn eerste prijs won hij in 1950. In de jaren '60 kwam zijn roem tot een hoogtepunt, hij had talloze exposities en reisde de hele wereld rond. In 1967 stierf Zadkine in Parijs. 

Krzysztof Dobrowolski-Onclin studeerde kunstgeschiedenis en Franse letterkunde. Hij leidt reizen en excursies, maar verzorgt ook colleges en lezingen over uiteenlopende onderwerpen. 

 

■ ARCHITECTUURLEZING 

donderdag 12 december 2018 

REM KOOLHAAS 

lezing door Hans de Man 

19.30 uur in Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

In 1975 richtte Remment Lucas (Rem) Koolhaas (Rotterdam, 17 november 1944) met de architect Elia Zenghelis en hun beider echtgenotes, de beeldend kunstenaars Madelon Vriesendorp en Zoe Zenghelis, het architectenbureau Office for Metropolitan Architecture (OMA) op, dat vanaf dat moment een belangrijke rol zou spelen in het wereldwijde architectuurdebat, zij het in het begin vooral als "papieren architect". Dat wil zeggen dat OMA aanvankelijk bekend was van lezingen, prijsvragen, discussies en publicaties, maar niet van gebouwen. Vooral het opzienbarende, maar niet uitgevoerde, prijsvraag-ontwerp voor de uitbreiding van het Tweede Kamergebouw in Den Haag uit 1978 trok wereldwijd de aandacht. Koolhaas brak als bouwende in 1992 internationaal door met de bouw van de KunstHal in Rotterdam. Andere in Nederland gerealiseerde ontwerpen waarmee het bureau zich in die beginjaren profileerde waren het Nederlands Danstheater in Den Haag en de Rotterdamse busterminal (gesloopt in 2004). Meervoudige opdrachten voor het stadhuis in Den Haag (1986) en het Nederlands Architec-tuurinstituut in Rotterdam (1988) gingen ondanks lovende juryrapporten en handtekeningenacties uit de architectenwereld niet naar Koolhaas. Vanaf de jaren negentig is het bureau vooral internationaal actief. In 1995 verscheen OMA: S,M,L,XL een vuistdikke 'architectuurroman' waarin Koolhaas samen met grafisch vormgever Bruce Mau in een autobiografische/encyclopedische stijl zijn werken en denken tot op dat moment uiteenzette. Toen het bureau in 1995 op de rand van een faillissement verkeerde werd samenwerking gezocht met de "De Weger"-adviesgroep te Rotterdam, die in 1997 opging in de Royal Haskoning-groep te Nijmegen. De samenwerking werd in 2002 beëindigd. Eind jaren negentig besloot Koolhaas AMO op te zetten, een eigen researchinstituut dat een aantal samenwerkingsverbanden van het bureau (vooral die met Harvard Design School in Massachusetts) formaliseerde. AMO houdt zich bezig met thema's als identiteit, cultuur en organisatie en was onder andere betrokken bij de opdrachten voor Prada, het onderzoek naar de verplaatsing van Schiphol en de visuele communicatie rond de Europese Unie. Als resultaat van langdurig onderzoek aan de Harvard-Universiteit verschenen in 2001 The Harvard Design Guide to Shopping (over de opkomst van de shoppingmall, de rol van de roltrap en de manier waarop 'shopping' in alle lagen van onze cultuur is doorgedrongen) en The Great Leap Forward (geschiedenis van China, met name gericht op de ultrasnelle groei van stedelijke agglomeraties als de Parelrivierdelta). 

Hans de Man besloot ik in de jaren negentig, na een korte carrière in de verzekeringswereld, het roer compleet om te gooien en startte met de studie architectonische vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunsten Constantijn Huygens te Kampen (het huidige ArtEZ). In 2003 studeerde hij af op een onderzoek naar naoorlogse scholenbouw aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkt als zelfstandig architectuurhistoricus.  Met zowel een ontwerp- als  wetenschappelijke achtergrond is hij in staat om onderwerpen met een frisse en eigenzinnige blik te benaderen. 


■ ZATERDAGAVONDCONCERT 

zaterdag 15 december 2018 

JAZZ AT THE KAPPEN 

met Hermine Deurloo (mondharmonica), Bert van den Brink (piano) en Ruud Ouwehand (bas) 

20.00 u. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Gefascineerd door de klank van de chromatische mondharmonica verruilde Hermine Deurloo haar altsaxofoon voor dit kleine instrumentje. En met succes: inmiddels treedt ze op met artiesten uiteenlopend van Trijntje Oosterhuis, Zapp4, het Jazz Orkest van het Concertgebouw, tot het Willem Breuker Kollektief en de Marinierskapel. Deurloo opereert in de jazz, maar laat zich niet begrenzen door een bepaalde stijl. Haar laatste CD maakte ze met pianist Rembrandt Frerichs. Zelfs als u haar naam nog niet kent, kent u haar geluid. Deurloo geeft in reclames een bekende rookworst net dat beetje extra pit.  

Op vijfjarige leeftijd begon Bert van den Brink met zijn eerste pianolessen. Hij voltooide zijn studie (klassieke) muziek aan het Utrechts Conservatorium bij Herman Ulhorn in 1982 cum laude. Aanvankelijk gaf hij regelmatig klassieke concerten. Maar zijn hart bleek toch het meest bij de geïmproviseerde muziek te liggen, een stijl waarin hij volledig autodidact is. Hij speelde en speelt met grootheden in de jazzmuziek zoals Toots Thielemans, Chet Baker, Clare Fischer, Nat Adderley, Dee Dee Bridgewater en Lee Konitz, maar ook vele Nederlandse grootheden in de jazz zoals Cor Bakker, Hein van de Geyn, Denise Jannah, John Engels, Jules de Corte en Louis van Dijk. Als arrangeur/producer schreef hij onder meer voor het Metropole Orkest en Paul de Leeuw. In 2007 won hij de VPRO/Boy Edgar Prijs. De jury was erg onder de indruk van zijn spel en betitelde dit als "direct herkenbaar, iets wat alleen de grootsten in de jazz weten te bereiken". 

 

■ BEELDENDE KUNSTLEZING 

donderdag 10 januari 2019 

FOTOGRAFIE 

lezing door Carla Kogelman 

19.30 uur in de Richtershof, Jhr. von Heijdenstraat 6, Haaksbergen 

Carla Kogelman (Raalte, 6 mei 1961) is een Nederlands fotografe. Kogelman werd geboren in Raalte maar bracht een deel van haar jeugd door in Bornerbroek. Zij is ruim 25 jaar werkzaam in de theaterwereld en studeerde eind 2011 af aan de Fotoacademie in Am-sterdam met als specialisatie reportage, documentair en portret. Haar zwart-witportretten zijn een illustratie van het dagelijks leven en hebben te maken met opgroeien, emotie en hoe mensen in het leven staan. Kogelman woont in Amersfoort. Carla Kogelman won verschillende prijzen, waaronder de Zilveren Camera 2011 (serie kunst, cultuur en entertainment), de PANL #21 Awards (eenmaal Gold en tweemaal Silver) en de SO2013 Award. Voor haar serie 'Ich Bin Waldviertel' (over het opgroeien van twee zusjes in een Oostenrijks dorpje) won ze in 2014 bij World Press Photo de eerste prijs in de ca-tegorie 'Observed Portrait'. In april 2018 was zij World Press Photo-winnaar in de categorie "langeter-mijnprojecten". Voor de Kunstkring Haaksbergen zal ze een lezing geven over fotografie.  

 

■ ZONDAGMIDDAGCONCERT 

zondag 20 januari 2019 

DANIEL ROWLAND en NATACHA KUDRITSKAYA, viool en piano 

15.30 u.. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Daniel Rowland (Londen, 1972) is een zoon van de dirigent en componist David Rowland (1939-2007), die docent was aan het Twents Conservatorium in Enschede. Daniel groeide vanaf zijn derde jaar op op Het Stift in Weerselo. Aan het Conservatorium van Amsterdam studeerde hij bij Davina van Wely en Viktor Liberman, daarna bij Igor Oistrach aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Hij volgde ook lessen bij Herman Krebbers, Ruggiero Ricci en Ivry Gitlis. In 1995 won hij het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Daniel Rowland is actief als solist, kamermusicus en concertmeester. Als solist maakte hij in 1992 zijn debuut in het Concertgebouw in Amsterdam met het vioolconcert van Tsaikovski. Behalve in het Concertgebouw concerteerde hij onder vermaarde dirigenten in vele beroemde concertzalen over de hele wereld. Rowland was primarius van het Allegri String Quartet in Londen en daarna van het Breitner Strijkkwartet. Sinds 2007 is Rowland primarius van het Brodsky Quartet. Daarnaast leidt hij het Ensemble Contrechamps, het Quatuor Contrechamps in Genève, en de nieuwe groep Radius met als thuisbasis Londen. Met de pianiste Natacha Kudritskaya vormt hij een duo. Daniel is vaak te gast als concertmeester bij Londense orkesten de Philharmonia en het BBC Symphony Orchestra. In 2005 richtte hij Het Stift Internationaal Muziekfestival voor muziekstudenten op, dat plaatsvindt op Het Stift in Weerselo en in andere Twentse plaatsen. Daarbij wordt vaak minder bekende en eigentijdse  kamermuziek gespeeld. Rowland bespeelt een Lorenzo Storioni, Cremona, 1793. 

Natacha Kudritskaya (1983) groeide op in Kiev en ontving haar eerste pianoles op zevenjarige leeftijd. Ze bracht haar schooljaren door aan de Lysenko Central Music School in Kiev voor begaafde kinderen en adolescenten. Ze studeerde vervolgens piano aan de Nationale Tsjaikovski muziekacademie in Kiev, met name in de klassen van Irina Barinova en Igor Riabov. In 2000 en 2002 toerde ze als solist met de Oekraïense National Philharmonic Kiev door de Verenigde Staten. Sinds 2003 woont Natacha Kudritskaya in Frankrijk. Van 2003 tot 2007 studeerde ze aan het Conservatorium van Parijs bij Alain Planés. Ze behaalde haar diploma in 2006 aan de Nationale Muziekacademie van Oekraïne Peter Tchaikovsky met lof. Ze perfectioneerde haar spel bij Jacques Rouvier in Parijs en bij Stefan Vladar aan de Universität für Musik und Darstellende Kunst in Wenen. Tegelijkertijd mocht ze ook Dmitri Bashkirov, Elisabeth Leonskaja, Christoph Eschenbach, Jean-Claude Pennetier en Claudio Martinez-menher tot haar  leraren en begeleiders rekenen. Natacha Kudritskaya trad op in het  Musee d'Orsay, Cité de la Musique, Salle Cortot in Parijs en op verschillende festivals zoals: La Roque d'Antheron, Festival Grange de Meslay, Festival Dinard, les Serres d'Auteil, Festival de l'Epau en Perigord Noir Festival. Als solist of kamermusicus speelde ze onder andere in Wenen, Gstaad, Kuhmo, Riga, Bratis-lava, Frankfurt, Londen, Santander, en Attergau. Tournees leiden haar naar Oekraïne, Israël en de VS. In haar vrije tijd speelt Natacha Kudritskaya voetbal, voornamelijk als keeper.  


■ LITERAIRE LEZING 

woensdag 23 januari 2019 

CLAUS BROCKHAUS 

literaire lezing door/met Claus Brockhaus  

19.30 uur Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Claus Brockhaus debuteerde in 2005 als misdaadauteur met de thriller De Vrouw van de Voetballer. Daarna schreef hij een roman Onbevlekt Ontvangen twee jeugdboeken De Jongen die Voetballer wilde worden en Punks en vijf thrillers. De Droom van de Drummer, Het Ros van Twente, Het Talent uit Twente, Overgewicht en Villa Twente. Claus Brockhaus was journalist, onder andere bij de VPRO en KRO’s Brandpunt, hij schreef film- en tv-scenario’s, regisseerde en had een filmproductiebedrijf. Hij woonde in Amsterdam, Haarlem, Maastricht en Antwerpen, maar keerde in 2009 terug naar zijn roots, Enschede. “Voornamelijk vanwege de omgeving. De natuur, die in je achtertuin begint en een onthaastende en rustgevende werking heeft. Maar ook om de mentaliteit. Als schrijver put je voor een groot deel uit je verleden en mijn verleden ligt in Twente. Ik heb thrillers geschreven die zich afspelen in Maastricht en Antwerpen, maar hoewel ik er woonde had ik nooit de affiniteit met de Limburger of de Vlaming die ik met de Twentenaren wel heb. Om een reeks thrillers te schrijven die zich in Twente afspelen, leek het mij daarom een groot voordeel om daar weer te gaan wonen.” Was het een grote stap? “Ja en nee. De tijd heeft hier natuurlijk ook niet stilgestaan. Het Twente van mijn jeugd bestaat niet meer en wat daarvoor in de plaats is gekomen is niet in alle gevallen een verbetering. Mijn eerste Twentse thriller, Het Ros van Twente gaat in op al die veranderingen. Het textielverleden speelt een rol, maar ook de actualiteit, zoals de nieuwe functie van het vliegveld, het kampioenschap van FC Twente en het promoten van Twente als een onthaastende regio. Paarden, wellness en andere hospitality-functies spelen een grote rol in het boek. In de volgende boeken in de reeks zullen ook het onderwijs, en het nieuwe ondernemerschap aan bod komen.” In welk opzicht is de Twentenaar veranderd? “Allereerst bestaat dé Twentenaar niet. Hengelo en Enschede verschillen al, maar Dinkelland en Hof van Twente ook. In het algemeen is de Twentenaar zelfbewuster geworden, trots op zijn streek. Aan de andere kant bestaat er nog steeds een groot wantrouwen tegenover het Westen. “Twente is zowel een landelijke als een stedelijke regio. Dat verschil is interessant voor een schrijver; voor beleidsmakers lijkt het me minder gemakkelijk. Je kunt deze streek bijvoorbeeld nooit alleen als het Landgoed van Nederland promoten. Daarom gaan de volgende thrillers over andere aspecten van Twente.” 

 

■ ZONDAGMIDDAGCONCERT 

zondag 17 februari 2019 

MAYKE RADEMAKERS en MATTHIJS VERSCHOOR, cello en piano 

15.30 u. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Op haar vijfde begon Mayke met pianospelen. Dat ze een muziekinstrument zou gaan bespelen leek een vanzelfsprekendheid, aangezien ze uit een muzikale familie komt. Reeds als kind bezocht Mayke samen met haar ouders en drie jongere broertjes concerten. Tijdens zo’n klassiek concert werd ze verliefd op de cello. Dat warme, melancholische geluid vond ze schitterend. Op haar negende verjaardag kreeg ze een cello. Dat was een magisch moment.  Mayke vergelijkt het bespelen van een in-strument met topsport. Om de top te halen, moet je veel oefenen en er volledig voor gaan. Vanaf haar dertiende combineerde ze de middelbare school met het conservatorium in Tilburg. Haar jeugd was compleet gericht op de muziek. Haar professionele opleiding begon ze op haar zestiende in Genève, om vervolgens door te reizen naar Wenen, Italië, Londen en de VS. Nadat ze in Utrecht cum laude was afgestudeerd, verhuisde ze naar Amerika, maar uiteindelijk kwam ze toch weer in Budel-Schoot terecht. Haar kinderwens speelde een belangrijke rol bij de keuze om terug te keren naar haar geboor-teplaats. Daar wonen haar ouders die op haar dochter konden passen wanneer zij en haar partner moesten optreden. ‘Wanneer je in de muziek een topniveau wilt bereiken, dan is het alles of niets en eigenlijk passen kinderen daar niet in. Maar mijn kinderwens was groot en het moederschap is het mooiste wat me ooit is overkomen.’ Maykes leven was al van jongs af aan anders was dan van leeftijdsgenoten. Terwijl die als kind buiten speelden, was zij aan het oefenen. Dat was wel eens zwaar en eenzaam, maar het heeft haar ook veel gebracht. Ze heeft heel de wereld gezien en treedt nu nog steeds op in binnen- en buitenland. Ook ontmoette ze haar huidige man en vaste pianist Matthijs Ver-schoor dankzij de muziek. Hem noemt ze haar tweelingziel. ‘We kennen elkaar door en door. We zijn dankbaar dat we elkaar tegen zijn gekomen. We zijn een hele poos alleen collega’s geweest voordat we beseften dat er meer was.’ Matthijs Verschoor studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en vervolgde zijn studies in Rome en Londen. Tot zijn leermeesters behoren Bart Berman, Willem Brons en John Bingham. Verschoor gaf recitals in meerdere Europese landen. Als solist trad hij op met verschillende orkesten, met onder meer werken van Mozart, Franck, Ravel (de beide pianoconcerten), Gershwin en Strawinsky.. Tevens heeft hij vele radio-opnamen gemaakt. Al vroeg in zijn loop-baan werd er een LP van hem uitgebracht met werken van Bach, Händel en Scarlatti. Opnamen met werken van Chopin, Beerthoven, Rachmaninoff, Korngold en volgden. Zijn repertoire omvat werken van Bach tot Messiaen en Korngold. Sinds augustus 2005 vormen hij en Mayke een vast duo dat inmiddels al vele concerten heeft gegeven in Spanje, Oostenrijk (Wenen) en Nederland. Matthijs Verschoor is als hoofdvakdocent piano verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam en ook aan het Trinity College of Music te Londen. Ook geeft hij diverse masterclasses in binnen- en buitenland.  

 

■ BEELDENDE KUNSTLEZING 

donderdag 21 februari 2019 

DE VLAAMSE PRIMITIEVEN 

lezing door Jeanne van der Stappen-Heyvaert 

19.30 uur in de Richtershof, Jhr. von Heijdenstraat 6, Haaksbergen 

De kunstwerken die in deze lezing aan de orde komen zijn ontstaan in de vijftiende eeuw, de periode die Johan Huizinga getypeerd heeft als "Herfsttij der middeleeuwen". De kunst die Huizinga bedoelt is bekend geworden onder de naam "Vlaamse primitieven", zo genoemd naar de titel van een belangrijke tentoonstelling die in Brugge werd gehouden in 1902. Tegenwoordig spreekt men bij voorkeur van Oudnederlandse schilderkunst. De fascinatie van Jeanne van der Stappen-Heyvaert voor de Vlaamse primitieven dateert uit haar kindertijd. Als tienjarig meisje werd ze tijdens een schoolreisje naar Gent geconfronteerd met de schilderkunst van de gebroeders van Eyck. Die gebeurtenis heeft een onuitwisbare indruk op haar gemaakt en heeft de basis gelegd voor een fascinatie die tot op de huidige dag voortduurt. Haar favoriete vijftiende-eeuwse schilder is echter niet Jan van Eyck maar Rogier van der Weyden. Dat heeft niet alleen te maken met de emoties die de meeste van zijn schilderijen bij haar teweeg brengen, maar ook met de technische kant van zijn werk, de perfectie waarmee zelfs de kleinste details zijn uitgevoerd. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden worden doorgaans in één adem genoemd met de zogenaamde Meester van Flémalle, meestal geïdentificeerd met Robert Campin. In de eerste decennia van de vijftiende eeuw legden deze drie meesters de fundamenten voor de kunst van de Vlaamse primitieven. Hun tijdgenoot Petrus Christus was de eerste Vlaming die een volmaakte beheersing toonde van het instrument waarmee een getrouwe weergaven van de ruimte mogelijk werd, de centraalperspectief. De methode gaat uit van een enkel verdwijnpunt aan de horizon, terwijl de eerste Vlaamse schilders aanvankelijk een empirisch perspectief hanteerden, met convergerende zones die verschillende verdwijnpunten bevatten. Naast deze beroemde grondleggers komen ook waardige opvolgers aan bod, onder andere Dieric Bouts, Hugo van der Goes en Hans Memling. De werken die we in deze lezing te zien krijgen zijn meer dan vijfhonderd jaar oud, maar ze ogen alsof ze pas gisteren werden geschilderd. De Vlaamse primitieven hadden een geperfectioneerde olieverftechniek op eikenhouten panelen ontwikkeld met als resultaat een ongeëvenaarde helderheid, en kleuren die na vele eeuwen nog altijd schitteren. Met die techniek, en dankzij een scherpe observatie van de werkelijkheid, bereikten zij een ongekend realistische weergave van de stoffelijke wereld.  

Jeanne van der Stappen - Heyvaert heeft in 1999 met de scriptie 'Rogier van der Weyden en het materieel-technisch onderzoek' de studie Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit afgesloten. Sindsdien geeft ze lezingen over de schilder- en miniatuurkunst van de late middeleeuwen en de vroege Renaissance, de periode die door Huizinga Herfsttij der middeleeuwen wordt genoemd. 

 

■ BEELDENDE KUNSTLEZING 

dinsdag 5 maart 2019 

ANISH KAPOOR 

lezing door Ischa Havens 

19.30 uur in de Richtershof, Jhr. von Heijdenstraat 6, Haaksbergen 

De Brits-Indiase kunstenaar (Bombay India, 1954) heeft door de jaren heen een zeer uiteenlopend oeuvre opgebouwd en wordt over de hele wereld geprezen voor zijn zins begoochelende werken. Voor de leek lijken zijn werken wellicht niet meer dan een spannende illusie, maar zijn ideeën zijn veel diepgaander van aard en het vergt enige inspanning deze te doorgronden. Zo bestaat zijn werk "Descent into Limbo" (1992) uit een intens donker gat in de vloer, dat door het gebruik van aardedonker pigmentpoeder met het menselijke oog vrijwel niet waar te nemen is als ‘gat’. Het lijkt eerder een zwarte plaat die op de vloer ligt. Op die manier onderzoekt hij de aard van de ‘negatieve ruimte’. Een ultiem niets, dat op die manier juist tastbaar lijkt te worden. In zijn latere werk onderzoekt hij de mogelijkheden van extreem helder gepolijst roestvrijstaal. Deze sculpturen reflecteren en vervormen hun direct omgeving dusdanig, dat de werkelijkheid en de fysieke wereld tijdelijk op zijn kop worden gezet. Al sinds de opening van museum De Pont in Tilburg, is daar veel werk van Anish Kapoor te bezichtigen en de collectie is door de jaren heen blijven groeien. In 2017 ontwierp Kapoor voor het 25-jarige bestaan van het museum de zes meter hoge sculptuur Sky Mirror (for Hendrik). De titel van het werk, refererend aan de museumdirecteur, illustreert de bijzondere relatie die er is opgebouwd in de afgelopen jaren.  In deze lezing zal het oeuvre van Kapoor worden belicht aan de hand van de werken die in De Pont te zien zijn.  

Ischa Havens werkt als zelfstandige in de kunst- en cultuureducatie. Hij verzorgt museumlessen, rondleidingen, lezingen, voorstellingen en workshops en is sinds 2013 projectmatig werkzaam voor museum De Pont. 

 

■ ZONDAGMIDDAGCONCERT 

zondag 17 maart 2019 

CARLA LEURS, viool 

15.30 u. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Carla Leurs (Heemskerk, 19 juni 1978) is concertmeester van het Orkest van het Oosten en internati-onaal soliste. Ze begon op zesjarige leeftijd haar vioollessen aan de Muziekschool Waterland. Van 1985 tot 1993 had zij les  van Coosje Wijzenbeek. Carla volgde haar middelbare school aan het Ko-ninklijk Conservatorium. Zij vervolgde haar studie aan het Cleveland Institute Music en de Juilliard School bij Donald Weilerstein en Itzhak Perlman. Diverse bekende concertmeesters hebben haar tijdens haar studie intensief begeleid, waaronder Herman Krebbers (Concertgebouworkest), Stefan Muhmenthaler (L'Orchestre de la Suisse Romande) en Daniel Gaede (Wiener Philharmoniker). Al op zevenjarige leeftijd speelde ze met de Fancy Fiddlers in het Concertgebouw in Amsterdam en was ze live te zien op de nationale televisie tijdens de Nationale Dodenherdenking van 1986, Na het winnen van het Prinses Christina Concours in 1993 soleerde Leurs in het vioolconcert van Bruch met het Jeugd Orkest Nederland. Sindsdien speelde ze met diverse binnen- en buitenlandse orkesten, onder leiding van dirigenten als Vassily Sinaisky, András Ligeti en Carlos Kalmar. In 2004 maakte ze haar debuut in de Carnegie Hall, tijdens de 'Artist International Debut Series'. Ook was zij te horen bij 'New Masters in Concert' in Moskou, Sint-Petersburg en Tallinn. Carla Leurs werkte samen met onder meer Janine Jansen in een vioolconcert van Vivaldi en met Sol Gabetta in het dubbelconcert van Brahms. Leurs is ook regelmatig te horen in het Amsterdamse Concertgebouw. Als soliste en kamermusicus speelde ze op festivals als 'Festival van Vlaanderen', 'Menuhin Festival Gstaad', 'Sakharov Festival' Rusland en het 'Verbier Festival', waar haar de prijs voor de meest veelbelovende jonge musicus werd uitgereikt. Sinds haar jeugd speelt Leurs samen met pianist Daniël Kramer met wie ze een groot deel van het viool-piano repertoire uitvoerde in binnen en buitenland. Tijdens haar verblijf in New York was zij lid van het Nesher Trio (met pianiste Beth Nam en klarinettiste Moran Katz) waarmee ze onder meer in Carnegie Hall en Alice Tully Hall te horen was. Samen met klarinetiste Céleste Zewald richtte zij het Ensemble A(i)rco op, waarin het repertoire voor strijkers in combinatie met blazers centraal staat. Tot 2010 was zij primarius van dit ensemble. Daarnaast speelt zij regelmatig kamermuziek op diverse festivals en met andere musici als Liza Ferschtman, Godfried Hoogeveen, Jacques Zoon, Sol Gabetta e.a. Zij was deelnemer aan het eerste Perlman Chambermusic Program, waar zij onder meer werkte met Itzhak Perlman en leden van het Cleveland Quartet. Carla Leurs was concertmeester bij de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Jaap van Zweden en bij het Sinfonieorchester Basel onder leiding van Dennis Russel Davies. Als gastconcertmeester speelde zij bij de London Philharmonic Orchestra , het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, Holland Symfonia en bij het Philharmonisch Orkest van Santiago de Chile.  

 

■ LITERAIRE LEZING 

woensdag 27 maart 2019 

MICHELLE VISSER 

literaire lezing door/met Michelle Visser   

19.30 uur Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Van Meppel naar St. Nicolaasga en van Zoetermeer naar Den Haag. Michelle Visser (Meppel, 12 november 1973) woonde op veel plekken, maar inmiddels het langst in Hengelo (O) (sinds 2003). De liefde bracht haar naar Twente. “Misschien blijf ik hier wel mijn hele leven. Het is zo gek nog niet in Hengelo.” Ze woont er met haar man in Tuindorp waar ze thuis haar werkplek heeft aan de eettafel. Michelle maakte ongeveer dertien jaar geleden letterlijk van haar droom haar werk. Een uitzending van Oprah was hét moment waarop ze het roer omgooide. “Ik liep al lange tijd rond met een gevoel van onrust. Ik werkte als tekstschrijver, maar had al een aantal jaren het gevoel dat ‘dit niet genoeg is’. Maar ik had geen idee wat ik dan wel wilde. De uitzending ging over van je droom je baan maken. Toen iemand uit het publiek bij Oprah vroeg hoe weet je nu wat je droombaan is, luidde het antwoord: ‘Ga terug naar je jeugd, wat wilde je toen worden?’ Toen wist ik het. Ik wilde vroeger Thea Beckman worden. Ik begon diezelfde dag met schrijven en ben niet meer gestopt.” 

Ze volgde haar hart, maar benadrukt ook dat het een lang proces was voor ze haar eerste boek kon uitgeven. “Ik vergelijk het wel eens met een HBO-studie, je hebt er jaren voor nodig. Historische romans schrijven is echt intens, je moet veel studie doen. Vervolgens haal je er ideeën uit. Maar tijdens het schrijven hou je vragen. Je bent eigenlijk aan het onderzoeken totdat de proefdruk op tafel ligt.” 

Na het publiceren van de historische romans 'Véronique' en 'Opstand', kwam het idee voor een feelgood roman. “Ik heb mezelf verbaasd door dit te schrijven. Als je me jaren geleden had gevraagd of ik ooit een feelgood roman zou schrijven, had ik nee gezegd.” 

Michelle’s ouders hebben een oude, historische boerderij op het Franse platteland. “Als je in die omgeving bent, kom je erachter hoe weinig je nodig hebt om gelukkig te zijn. Dat gevoel werd de basis van mijn twee feelgood romans. 'Een lucht vol Franse dromen' is het vervolg op 'Het huis met de blauwe luiken'. Hoofdpersoon Loes is gesitueerd in Pommiers, een setting met een prachtig landschap en oude abdij. Michelle: “Het is zo’n typisch stil Frans dorp waar weinig gebeurt, maar ik voel me er altijd heel happy. Dat gevoel hoop ik over te brengen op de lezer.” 

 

■ BEELDENDE KUNSTLEZING 

woensdag 10 april 2019 

HET TROMPE L’OEIL 

lezing door Aldwin Kroeze 

19.30 uur in de Richtershof, Jhr. von Heijdenstraat 6, Haaksbergen 

Trompe-l'oeil is een schildertechniek die bedrieglijk realistisch aandoet. Het woord trompe-l'oeil is Frans en betekent letterlijk "bedrieg het oog", ofwel gezichtsbedrog. Over het algemeen wordt het in stillevens toegepast maar ook in muurschilderingen om bijvoorbeeld de echte aanwezigheid van pilaren of standbeelden te suggereren. In plafondschilderingen kan met deze techniek gesuggereerd worden dat er bijvoorbeeld een koepel op de ruimte aanwezig is zoals bijvoorbeeld in de kerk van Sant-Ignazio te Rome. Een specifieke vorm van de trompe-l'oeil is de anamorfose, een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. Door het zeer nauwkeurig schilderen van de vormen en vooral de schaduwen van de voorwerpen wordt een sterke illusie bereikt. De belichting moet dan strikt overeenkomen met de belichting die van nature in de ruimte aanwezig is. Deze zeer bewerkelijke en kunstige vorm van schilderen kan worden gezien als een begerenswaardig ambacht, dat ook vrij kostbaar was. De Romeinen gebruikten deze techniek al door op muurschilderingen doorkijkjes naar bijvoorbeeld een tuin te schilderen. Voorbeelden hiervan zijn overgebleven in Pompeï. In de Renaissance werd de techniek geperfectioneerd en werd in kloosters, kerken of andere ruimtes bijvoorbeeld een extra deur of raam gesuggereerd. Daarmee werd de ruimtelijkheid vergroot. Wat dit betreft lijkt de techniek wel wat op het gebruik van spiegels om een ruimte groter te laten lijken. De techniek werd echter ook gebruikt voor kleine stillevens, bijvoorbeeld met als onderwerp memento mori. Vandaag de dag worden huizenhoge muurschilderingen in trompe-l'oeil gerealiseerd op kale muurvlakken, zoals in de Franse plaatsen Cannes en Langres en het Zweedse Gävle. Zelfs vrachtwagens worden zo beschilderd dat men de indruk krijgt erin te kunnen kijken. 

Aldwin Kroeze is een onwaarschijnlijke duizendpoot en meesterverteller. Drie opleidingen, talloze specialisaties en activiteiten in binnen- en buitenland maken hem, in combinatie met zijn aanstekelijke bevlogenheid, tot een geliefd spreker. 

 

■ ZONDAGMIDDAGCONCERT 

zondag 14 april 2019 

BRITTEN JEUGDSTRIJKORKEST met SIMON & MARTINE VELTHUIS, cello en viool  

15.30 u. Kulturhus Haaksbergen, Sterrebosstraat 2, Haaksbergen 

Entree € 12.50. Jongeren t/m 18 jaar gratis  

Het Britten Jeugd Strijkorkest is in 2007 opgericht door dirigent Loes Visser. Het orkest biedt, onder het motto kwaliteit, warmte, bezieling en plezier, jonge talentvolle strijkers uit Oost Nederland de kans hun muzikale talenten op niveau te ontwikkelen. Het orkest staat onder leiding van dirigent Loes Visser en er wordt nauw samengewerkt met het ArtEZ Conservatorium in Zwolle waar wekelijks wordt gerepeteerd. Jaarlijks geeft het Britten Jeugd Strijkorkest vele concerten en gaat het op tournee. In 2014 won het orkest de 1e prijs tijdens het prestigieuze Summa Cum Laude Festival in Wenen. De ‘Britteners’ maakten diverse CD’s die lovende kritieken kregen op de radio en in de pers. Bij het orkest waren spraakmakende artiesten te gast, zoals: pianist Daniel Wayenberg, cellist Gavriel Lipkind, vio-listes Liza Ferschtman, Carla Leurs, Maria Milstein en Rosanne Philippens, sopraan Bernadeta Astari en de Engelse sterviolist en fotomodel Charlie Siem. Het orkest speelde op uitnodiging op diverse festivals en maakte tournees naar Spanje, Frankrijk, Zwitserland, Italië, Oostenrijk, Duitsland en Tsjechië. Er waren ook twee succesvolle tournees in Nederland.  

Het Britten Jeugd Strijkorkest zal bij het concert in Haaksbergen twee talentvolle plaatsgenoten begeleiden; de cellist Simon Velthuis en zijn zus de violiste Martine. Deze beide jonge musici gaven, samen met hun moeder de pianiste Edith Velthuis, ook acte de présence op zondag 30 maart 2014 bij het "CONCIERTO PARA HAAKSBERGEN" het succesvolle 'wandelconcert' van Niels Bijl en zijn Haaksbergse muzikale vrienden.  

Loes Visser, die haar jeugd doorbracht in Haaksbergen, begon op haar 18de met dirigeren. Ze stond voor verschillende orkesten in binnen- en buitenland en trad op met vele solisten, zoals Eva Maria Westbroek, Frank van Aken, Miranda van Kralingen, Naum Grubert, en Liza Ferschtman. Loes Visser is als Coördinator Kamermuziek verbonden aan het ArtEZ Conservatorium. Zij studeerde viool bij Bouw Lemkes, altviool bij Jürgen Kussmaul en orkestdirectie bij Ru Sevenhuijsen, Ed Spanjaard en Lucas Vis, o.a. aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ook volgde zij masterclasses en lessen bij Bernhard Haitink, Ilja Mussin, Constantin Bugeanu en bij Franco Ferrara en Gennadi Rozdestsvenski in Siena. 

 

■ EXCURSIE 

datum nog onbekend ! 

MUSEUM VOORLINDEN 

excursie 

Museum Voorlinden is een Nederlands particulier museum voor moderne en hedendaagse kunst op het Landgoed Voorlinden te Wassenaar in Zuid-Holland. De erin ondergebrachte kunstverzameling van Joop van Caldenborgh staat bekend als de Caldic Collectie, de grootste particuliere kunstcollectie in Nederland. De bouw van het museum startte in 2013. Het werd in aanwezigheid van koning Willem-Alexander op 10 september 2016 officieel geopend. Het museumgebouw, naar een ontwerp van archi-tect Dirk Jan Postel van architectenbureau Kraaijvanger, bestaat uit twee lagen, waarvan één boven-gronds van zeven meter hoog. De opzet is mede geïnspireerd op die van het Deense Louisiana Mu-seum of Modern Art (1958) en de Zwitserse Fondation Beyeler (1997). Door toepassing van veel glas en van met natuursteen beklede wanden in de kleur van duinzand voegt het gebouw zich naar de om-geving, die omstreeks 1912 is ingericht door de landschapsarchitect Leonard Springer. De in 2016 uitgevoerde museumtuin is een ontwerp van Piet Oudolf. In het museum is een oppervlakte van ruim 4.000 m² voor tentoonstellingen gereserveerd. Naast zalen voor tijdelijke tentoonstellingen, wisselen-de collectiepresentaties en de vaste collectie omvat het gebouw een auditorium, een bibliotheek, een museumwinkel, educatieruimte en een restauratie-atelier. In het landhuis, een rijksmonument uit 1912, ontworpen door de Britse architect R.J. Johnston in Engelse landhuisstijl, is het museumrestaurant gevestigd.  

 


KUNSTKRING HAAKSBERGEN